Geplaatst door: Raoul Boucke op: 21/03/2010
Toen ik op 10 augustus 1993 voor de eerste maal voet op Nederlandse bodem zette, had ik nooit kunnen denken dat ik mij in 2010 namens D66 kandidaat zou stellen voor het Tweede Kamer lidmaatschap.
Ik verliet Suriname in een tijd dat de inflatie gierde. Bedroeg die in 1993 nog 100% in 1994 was dat al weer opgelopen tot bijna 400%. In dat economisch klimaat verliet ik Switi Sranan (heerlijk Suriname). Het waren moeilijke tijden. Met een koffer en een kartonnen doos, die mijn vader vakkundig had dichtgeplakt, verliet ik de sociale en economische chaos. Niet als economisch vluchteling, maar om aan een studie te beginnen. Om te starten aan een nieuw avontuur. Mijn avontuur. Spannend maar toch met pijn in het hart.
Ik heb nog jaren elke week van mijn vader een bundel dagbladen, De Ware Tijd, uit Suriname ontvangen. Ik verslond in die tijd alle nieuws uit Suriname. Bijvoorbeeld over de regering Venetiaan die onder druk van Nederland een rigoureus saneringsprogramma moest uitvoeren. In 1996 ging ik voor de eerste maal terug. Suriname was veranderd in 3 jaar tijd. De economische malaise had sociaal en maatschappelijk diepe sporen nagelaten. Het was in dat klimaat dat Bouterse op slinkse wijze dat jaar wist in te breken in het Nieuw Front van Venetiaan en zo de verkwistende populist Wijdenbosch aan de macht hielp. Geheel ‘democratisch’ zoals dat in Suriname heet. Dat hij het aantal benodigde stemmen ‘kocht’ was publiek geheim. Tot overmaat van ramp brandden op 1 augustus de monumentale gebouwen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Algemene Zaken en het Parlement tot de grond toe af. In een klap was Suriname niet alleen zijn politieke hart, maar ook zijn parlementaire geschiedenis kwijt. De jonge republiek had nog een lange weg te gaan.
Deze gebeurtenissen hebben mij gevormd. Over de decembermoorden kan ik maar kort wat vertellen. Ik was 7 jaar oud en herinner mij enkel de avondklok en mijn vader die in de jaren na 1982 elke avond met zijn korte golf radiootje tegen het oor probeerde het nieuws van Radio Nederland te ontvangen. De lokale radiozenders waren gecensureerd en de korte radiogolven werden ook nog verstoord. Democratie en vrijheid zijn vooral een groot goed als je ze moet missen.
Mijn band met Suriname is nooit verbroken, maar wel veranderd in de loop der jaren. In 1997 organiseerde ik samen met een groep jonge Surinaamse studenten de Surinaamse Bedrijvendagen. Na de economische tragedie van eind jaren tachtig en begin jaren negentig kwamen halverwege de jaren negentig de eerste lichtpuntjes van economisch herstel. In 1998 was ik weer met heel wat anders bezig. Ik organiseerde voor de studievereniging van mijn faculteit een studiereis naar de VS om na te gaan wat zij daar aan duurzame ontwikkeling deden. Suriname en haar ontwikkeling waren interessant en belangrijk, maar ik wilde de wijde wereld in. Misschien was het toen wel dat ik besloot voor goed ontheemd te zijn. Geen thuis, of eigenlijk overal thuis.
Nederland bood mij in de jaren van mijn studie alle kans te zijn wie ik was en te worden wie ik wilde zijn. Ik realiseerde mij dat enkel als ik mijzelf kon zijn en mij en ten volle kon ontplooien, ik iets voor mijn omgeving kon betekenen. Hoe zeer ik ook blijf houden van de plek waar ik geboren en opgegroeid ben, is Nederland daarom mijn thuis geworden.